Aangeboren hartafwijkingen zijn afwijkingen die tijdens de groei en ontwikkeling van het hartje van het ongeboren kind ontstaan. De meeste van deze afwijkingen worden onmiddellijk na de geboorte vastgesteld, maar soms komen aangeboren hartafwijkingen pas op volwassen leeftijd aan het licht. Sommige aangeboren hartafwijkingen zijn vrij onschuldig, maar bij andere hartafwijkingen is een operatie nodig.
Er zijn drie soorten aangeboren hartafwijkingen:
Voorbeeld van een afwijking in de aanleg:atrium-septumdefect.
Onderzoek naar een aangeboren hartafwijking bestaat uit een hartfilmpje (ECG), een echocardiografie, een thoraxfoto, soms een hartkatheterisatie en soms erfelijkheidsonderzoek.
De behandeling kan, afhankelijk van de ernst van de afwijking, bestaan uit medicijnen (zoals bloedverdunners, plaatjesremmers en hartritme- en prikkelverlagende medicijnen), een dotterbehandeling al dan niet met plaatsing van een stent, een operatie en/of plaatsing van een pacemaker of ICD.