Aangeboren hartafwijking

Aangeboren hartafwijkingen zijn afwijkingen die tijdens de groei en ontwikkeling van het hartje van het ongeboren kind ontstaan. De meeste van deze afwijkingen worden onmiddellijk na de geboorte vastgesteld, maar soms komen aangeboren hartafwijkingen pas op volwassen leeftijd aan het licht. Sommige aangeboren hartafwijkingen zijn vrij onschuldig, maar bij andere hartafwijkingen is een operatie nodig.

Soorten

Er zijn drie soorten aangeboren hartafwijkingen: 

  • Afwijkingen in de aanleg: aangeboren afwijkingen kunnen variĆ«ren van eenvoudige, bijvoorbeeld een gaatje in het tussenschot tussen de boezems van het hart (zie ASD en PFO), tot zeer complexe afwijkingen bijvoorbeeld een onvolgroeide linkerhartkamer. 
  • Zieke hartspiercellen, cardiomyopathie: de hartspiercellen zijn afwijkend. Hierdoor kan het hart minder krachtig samentrekken en stroomt het bloed niet goed door.
  • Afwijkingen van het hartgeleidingssysteem: hierdoor kunnen hartritmestoornissen optreden. Hierdoor kan het hart te langzaam (bradycardie), te snel (tachycardie) of onregelmatig gaan kloppen.  


Voorbeeld van een afwijking in de aanleg:atrium-septumdefect.

Onderzoek en behandeling

Onderzoek naar een aangeboren hartafwijking bestaat uit een hartfilmpje (ECG), een echocardiografie, een thoraxfoto, soms een hartkatheterisatie en soms erfelijkheidsonderzoek.

De behandeling kan, afhankelijk van de ernst van de afwijking, bestaan uit medicijnen (zoals bloedverdunners, plaatjesremmers en hartritme- en prikkelverlagende medicijnen), een dotterbehandeling al dan niet met plaatsing van een stent, een operatie en/of plaatsing van een pacemaker of ICD.